Sinds dit jaar sta ik weer voor de klas. Groep 3. Na bijna tien jaar in de periferie van het onderwijs – adviseren, schrijven, denken, spreken – ben ik terug met de voeten in de klei.

En wat een confrontatie…

Niet met de kinderen. Die zijn heerlijk. Maar met de praktijk. Met hoe ver al die theorieën soms afstaan van de praktijk.

Wat ik vergeten was: waar het échte leren plaatsvindt. Niet dat van de kinderen, maar dat van mezelf en mijn collega’s. Dat gebeurt namelijk niet tijdens studiedagen. Niet tijdens teamoverleggen met PowerPoints en visiedocumenten. Niet tijdens heidagen waar Barend Last een inspirerende keynote verzorgt over hoe we het allemaal beter kunnen doen …

… maar gewoon in de koffiekamer. Tussen de bedrijven door: “Hoe pak jij dat aan?” “Werkt dit bij jou ook niet?” “Hoe ga je om met die ene leerling?”

Die korte gesprekjes van amper dertig seconden bij de koffieautomaat leren me vaak meer dan drie uur nascholing. Snel feedback vragen. Even polsen. En dan drie minuten later terug naar de klas en toepassen. Nee, het leren gebeurt niet tijdens studiedagen maar ertussenin – gewoon in de koffiekamer.

Van al die kopjes koffie leer ik waar professionele ontwikkeling om draait. Want wat doe je daar eigenlijk? Simpel: je stelt jezelf en je aanpak ter discussie. Je reflecteert. Staat open voor feedback, stelt je kwetsbaar op. Past je aan, en vernieuwt. Met andere woorden: je innoveert.

Innovatie? “Dat hebben we al eens geprobeerd, maar werkte voor geen meter.” Nee, niet het hedendaagse ‘innoveren’ in de zin van een nieuwe flashy tool gebruiken of er een sausje van ChatGPT overheen gooien. Ik bedoel de oorspronkelijke Latijnse herkomst, in het woord ‘innovare’: nieuwe dingen proberen, zaken ter discussie stellen en dingen beter doen. Voor mij is dát de kern van ons vakmanschap: rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan, en weer doorgaan. Nee, we kunnen écht niet langer blijven staan.

Onlangs las ik in een internationaal vergelijkingsonderzoek naar de tevredenheid van leraren (TALIS) over de ervaren stress, hoge werkdruk en verandermoeheid. Maar volgens mij zijn we helemaal niet verandermoe. Ik denk eerder dat we als systeem structureel falen in het faciliteren van onze veranderbereidheid. Daar zit de crux.

Hoe innoveren we dit systeem? Niet door nóg meer studiedagen met Barend Last, maar met koffie. Laten we minder formaliseren wat informeel behoort te blijven. Minder protocolleren wat organisch hoort te groeien. Minder vergaderen over wat we beter bij de koffie kunnen bespreken. Ik heb van de week alvast een mok besteld met daarop de tegeltjeswijsheid ‘just-in-time oplos(ings)koffie’.

Nu ik weer voor de klas sta, vol met kinderen die op me rekenen, besef ik des te meer: dit vak doe je niet alleen, je doet het samen. Niet door vast te houden aan voorschriften, maar door elke dag een nieuw idee te proberen dat je zojuist hebt opgedaan bij het koffiezetapparaat. Daar gebeurt het. Waar de koffieautomaat pruttelt – of dat nu in de koffiekamer, de zusterpost of in de bouwkeet is.

Barend Last (1986) begon als leerkracht in het basisonderwijs, waar zijn passie voor onderwijsinnovatie ontstond. Hij interesseerde zich vooral voor de vraag: ‘Waarom doen we eigenlijk wat we doen?’ en stroomde daarom door naar de wetenschappelijke wereld. Hij werkte onder meer als docent, manager en onderwijsspecialist in verschillende lagen van het onderwijs. Inmiddels is hij vooral actief als schrijver, spreker en onderwijsmaker, en staat hij weer een dag per week als leraar voor de klas in het basisonderwijs.